In de jaren zeventig is er sprake van een fusiegolf onder de coöperaties. Deze gaat aan Holten niet voorbij. Op 21 november 1973 verkoopt de nieuwe coöperatie 'Trio' de molen in Dijkerhoek aan de heer A. H. Feberwee in Deventer. Deze laat de molen af en toe draaien, mogelijk het laatst op de Nationale Molendag van 1978. Hij ziet evenwel geen kans de molen, die weer begint te vervallen, te restaureren. Om de toekomst van de molen veilig te kunnen stellen, gaat de gemeente Holten nu tot aankoop over. Op 8 augustus 1978 besluit de gemeenteraad van Holten, onder voorzitterschap van burgemeester Enklaar, de molen van de heer Febenwee aan te kopen voor f 15.000.-. De feitelijke overdracht laat nog even op zich wachten in verband met een tweetal kettingbedingen, gesteld bij de verkoop in 1973. Daarin was gesteld, dat er in de molen geen veevoeder- of andere artikelen, die door 'Trio' verhandeld werden, mochten worden opgeslagen of verhandeld worden. De gemeenteraad van Holten gaat in haar vergadering van 19 februari 1979 akkoord met een aanvulling op het koopcontract in deze zin en dan is de weg voor de nieuwe restauratie vrij.
In juli 1979 wordt de restauratie opgedragen aan de Soweco (Sociaal Werkvoorzieningscentrum voor Overijssel). De feitelijke uitvoering vindt in de jaren 1981 en1982 plaats, waarbij het typische molenmakerswerk (gaande werk,. gevlucht, en het in orde maken van de maalstoel) wordt gedaan door Groot Wesseldijk uit Laren. Het meest opvallende aspect van deze restauratie is het verdwijnen van de in 1936 gebouwde pakhuisruimte, waardoor weer een normale balie nodig was. De machinekamer met daarin de oude Deutz-motor bleef gelukkig gehandhaafd. Op 3 december1982 vindt de oplevering plaats. terwijl de restauratie wordt afgesloten met een feestelijke opening op de Nationale Molendag, 7 mei 1983. Bij die gelegenheid ontvangt de molen een naam: 'De Hegeman', genoemd naar de Weduwe Klein Baltink. die van haar eigen naam Hegeman heette. Vanaf 1983 tot nu toe wordt de molen bemalen door vrijwilligers.
Windstilte was een ware kwelling voor windkoren-molenaars. In sommige streken van ons land had men de waterradmolens als uitwijkmogelijkheid. maar verder was men aangewezen op rosmolens. Echte alternatieven waren dit niet. Vandaar, dat de uitvinding van de stoommachine en de verbrandingsmotor niet alleen concurrentie van maar ook een aanvulling op windmolens betekende. Bij veel molens kwam een hulpstoommachine of een locomobiel te staan. In de praktijk bleek het werken hiermee nogal wat nadelen te hebben, vandaar dat de stoommachines het al snel moesten afleggen tegen de explosiemotoren. Zuiggas-, lichtgas-, petroleum-, benzine- en dieselmotoren, ze vonden ook hun weg naar de molen. Het waren in de aanvang langzaam lopende ééncilinder-motoren, zuinig in het brandstofgebruik. Soms dreven deze motoren, via allerlei constructies, het binnenwerk van de molen aan, soms stond er een aparte maalstoel op de begane grond. Vrijwel al deze motoren zijn inmiddels verdwenen, eensdeels hebben ze het af moeten leggen tegen modernere krachtbronnen, anderdeels zijn ze bij molenrestauraties ook wel weggestopt, omdat men vond dat het 'motorhok' het aanzien van de molen schaadde. Nu heeft evenwel het inzicht veld gewonnen dat deze motoren erbij horen. Maar veel zijn er niet meer over.In de molen van Dijkerhoek staat de al eerder genoemde Deutz-motor uit 1930. Na de voltooiing van de restauratie van de molen in 1983 begon men ook te denken aan het weer in orde brengen van de motor en de maalstoel. In 1986 staagde Tonny Moes, na een grondige revisie, erin om de motor weer op gang te krijgen.
De molen maalt momenteel voor een handel in veevoeders.
Eén maalstoel draait op windkracht, de andere maalstoel wordt nog steeds aangedreven door de orginele bedrijfsvaardige Deutz-dieselmotor.Sinds 20 februari 2006 is het beheer van de molen weer in handen gegeven van de Dijkerhoekse gemeenschap middels de (beheers-)stichting Korenmolen De Hegeman.