De geschiedenis van Dijkerhoek.


Ontstaan van het landschap.

De op n na laatste ijstijd wordt als hoofdverantwoordelijke gezien voor het ontstaan van het grootste deel van ons land. De Sallands heuvelrug werd opgestuwd door het 'aanstormende' ijs. We praten hier over een paar jaar geleden, het Saale-tijdperk, van 200.000 jaar tot 130.000 jaar geleden.

Hierna volgenden eeuwen van betrekkelijke rust, maar dat veranderde toen de laatste ijstijd zich aanmeldde. Het ijs kwam niet in ons land maar er heerste wel een toendraklimaat. Dus ondergrond was zomer en winter bevroren. In de honderd eeuwen daarna deden wind, water, planten en dieren voor een verdere stoffering van het landschap.
Het water afkomstig van smeltend ijs en neerslag namen zanddeeltjes mee. Deze werden afgezet op de plaats waar de snelheid van het water afnam. Zo ontstonden de dekzanden waar Dijkerhoek op is gebouwd.
 

We spreken hier van 'oude dekzanden' aan de oostkant en van 'jonge dekzanden' aan de westkant. Simpel gezegd zijn de jonge dekzanden ontstaan als gevolg van de stormen die er heersten. Het zand is hoofdzakelijk afkomstig van de stuwwallen (Sallandse heuvelrug en Veluwe) en van de oude dekzanden aan de voet van deze stuwwallen.
Belangrijk voor het gebied waar Dijkerhoek op is ontstaan is dan nog de vorming van de dekzandruggen. Deze 'lage dekzandruggen' bevinden zich als langgerekte zandheuvels, of als hoefijzervormige grofkorrelige heuvels.

Voor de omgeving van Dijkerhoek, de broekgronden zijn deze zandruggen erg belangrijk gebleken. Dit vond plaats in het Weichseltijdperk. Deze eindigde zo rond 9000 voor Christus. Daarna ging de temperatuur naar boven en verschenen op de dekzandlagen grote loofbossen en grote grasvlaktes.

Wanneer de mens zijn intrede doet in onze regio is het bewoonbare deel van Dijkerhoek nog erg klein. De droge delen bestaan uit de langwerpige zandruggen zoals we nu nog herkennen als de 'kamp' oosterlijk van de Dijkerhoekse weg. Daar waar 'Zwart'nkamp' de boerderij heeft. Ook de boerderij van de familie Smale is op zo'n dekzandrug gebouwd. Daarnaast zien we ten westen van de boerderij van Meijerman ('Moatman') eenzelfde zandrug liggen. De meest bekende zandrug is die welke zich uitstrekt vanaf waar nu Anton Koopman woont tot aan het witgeschilderde Pinkertshuis op de hoek van de Beumersteeg en de Stevenssteeg. Op deze zandrug heeft de versterkte plaats Weggestapel gestaan met haar bijbehorende hoven.

De dekzandvlakte waar deze zandruggen op zijn ontstaan strekt zich grofweg uit van 'Kosman' bij het spoor tot aan huize Pinkert.
Deze vlakte is een paar honderd meter breed. Daarnaast is wat plaatselijk bekend is als 'n Oal'n Diek' een dekzandvlakte met van noordoost naar zuidwest enkele kleinere zandruggen.
Daar waar nu de families Stegeman en Heetkamp wonen bevindt zich ook een dekzandrug.
Aan de westkant zien we dekzandrugjes daar waar de 'Scholte' huizen verrezen, op de grens van Holten en Bathmen; hier wonen nu de families Hulsman, van Rijn en Smale. Aan de Beumersteeg staat o.a. de boerderij van 'de Weaver' op een zandrug.
Op deze dekzandvlaktes was geen plaats voor een grote gemeenschap, slechts voor enkele nederzettingen. Deze ontstonden dan ook op de bovengenoemde zandruggen. Op de Holterbroek en in de Waterhoek is het gewoon onmogelijk om daar een nederzetting op te zetten.
Maar het bleef allemaal zeer kleinschalig. Waarom? Waarschijnlijk omdat de omliggende gronden hoofdzakelijk bestond uit moerassen en andere onbegaanbaar terrein. Dit komt omdat tussen de Sallandse Heuvelrug en de Veluwe een gebied ontstond waar regen- en smeltwater slecht kon worden afgevoerd. Over het algemeen zijn dekzanden goed waterdoorlaatbaar. Alleen zitten in de ondergrond nog veel ondoordringbare leemlagen. Deze zijn ontstaan in de voorlaatste ijstijd door de schuring van gletscherijs en vooruitgestuwde gletscherstenen. Daaroverheen is het dekzand gekomen.
Veel waterafvoer moet dan ook horizontaal geschieden in de bovenste grondlagen. Doordat de aanvulling met (vooral) regenwater hoger of gelijk is aan de afvoer blijven deze gronden duizenden jaren hoofdzakelijk bestaan uit veengronden, moerassen en broekgronden. Maar bovenal: ongeschikt als landbouwgrond.

Hoe drassig het nog was ten oosten van Deventer tot laat in de 18e eeuw laat het onderstaande kaartje zien.


De blauwgestreepte vlakken laten de woeste gronden zien.

Dit betrof meestal natte broek- of heidegrond.

 

Eerste bewoning.

De bovengenoemde 'Oal'n diek', 'oude dijk' is van erg groot belang geweest voor Dijkerhoek. Deze, van oorsprong natuurlijke, zandhoogte is geologisch gezien van groot belang. Ten noorden van de 'dijk' wordt al het (regen-)water afgevoerd in noordwestelijke richting. Tegenwoordig tot aan Zwolle, aan het begin van onze jaartelling braken de riviertjes door de rivierduinen en stroomden daar in de Isala, wat we nu de IJssel noemen.

Wanneer voor het eerst mensen kwamen wonen in het gebied wat we nu Dijkerhoek noemen is niet helemaal duidelijk.

Volgens sommige bronnen leefden in de prehistorie niet meer dan 2000 mensen in het gebied wat we nu Overijssel noemen. En van de gebieden die genoemd wordt is zuidelijk Salland (Deventer en omstreken). Stille getuigen zijn twee stenen vuistbijlen welke in 1852 in Bathmen zijn gevonden.

 

De bijl van A. Wechstapel.Maar ook in Dijkerhoek zelf zijn vondsten gedaan. Daar waar nu de familie Bronsvoort (Voorsboer) heeft in 1937 A.Wechstapel bij het ploegen een stenen bijl gevonden.

 

Uit de latere bronstijd zijn o.a. drie urnen gevonden op het Banekaterveld te Colmschate. Ook uit de Romeinse tijd werd in 1984 in Colmschate een nederzetting blootgelegd.

 

Aan het eind van de 9e eeuw groeide de bevolking in deze regio. En of het nu Saksen waren afkomstig uit westelijk Duitsland of van andere komaf (Franken die de Saksen onder worpen hadden), vast staat wel dat het gebied westelijk van de IJssel onder de Saksische invloed lag. Namen eindigend op -lo (Espelo, Loo) en eindigend op -hem of -heim (Bathmen) zijn typisch Saksisch.

 

Zoals gezegd; het is heel wel mogelijk dat het gebied ten noorden van de lijn Holten-Deventer heel nat en drassig was.

Dit wordt ook ingegeven door het feit dat eind 10e eeuw de noordgrens van het gouw Hamaland (een soort graafschap welke een groot deel van de Veluwe en de Achterhoek omvatte) vanaf de Randerzijl tussen Deventer en Olst richting Holten over de 'Weicggestapolen' verliep. De Randerzijl was van oorsprong een afwateringsgeul van het oppervlaktewater direct in de IJssel. In een document van de toendertijd heersende Rooms Duitse keizer Hendrik III aan de heerser over het gouw wordt voor het eerst gerept over de Weggestapel. We hebben het dan over het jaar 1046. En het gebied waar nu Dijkerhoek ligt behoorde niet bij Salland maar bij de Hisloa (de IJsselgouw, de latere graafschap Zutphen.

 

Ten zuiden van de 'dijk' werd het water via de Hunnepe (later gekanaliseerd tot Schipbeek) tot onder Deventer gevoerd om daar in de IJssel te verdwijnen.

Over deze half-natuurlijke dijk trokken de reizigers die bij Deventer de (aldaar ondiepe) IJssel overstaken en oostwaarts trokken. In de directe omgeving van Holten vindt al duizenden jaren bewoning plaats. Stille getuigen hiervan zijn de grafheuvels op o.a. de Zuurberg en op de Borkeld.

En daar waar de dijk een vrij scherpe hoek maakte ontstond Dijkerhoek. Vraag is of er eerder bewoning was direct noordelijk van de Holterdijk of dat door omstandigheden de route een stuk door het hedendaagse Dijkerhoek kronkelde.

 

Deventer was al een belangrijke plaats. Liggend bij een doorwaadbare plaats aan de IJssel. In 765 al stichte Lebunus er de voorloper van de beroemde kerk, al was het toen nog maar een houten gebouw. Hij noemde de plaats Daventria, vermoedelijk naar zijn eigen woonplaats Daventry in Angelsaksen (Engeland).

Het is niet onwaarschijnlijk dat, indien er al permanente bewoning plaatshad in Dijkerhoekse dreven, ook door deze missionaris of zijn volgelingen zijn bekeerd. Immers was het gebied maar vanaf twee kanten benaderbaar,  oostelijk vanuit Twente of westelijk vanaf Deventer. Bekend is dat verder in Salland Liudger de kerstening heeft doorgevoerd.

 

Omdat zowel Deventer als Salland onder de kerkelijke n de wereldlijke macht van de Bisschop van Utrecht vielen trok deze de banden steeds steviger aan tussen Deventer e.o. en de rest van Oversticht.

Vanaf 1308 is de grens tussen Oversticht, dus in dit geval Salland, en Gelre, waaronder graafschap Zutphen viel, zuiderlijk verlegd naar de rivier de Hunnepe, ruwweg: de tegenwoordige Schipbeek.

 

Waarom gingen er dan mensen wonen in dit gebied?

Waarschijnlijk zijn vooral de geografische aspecten het belangrijkste geweest. Ten eerste bleven de meeste zandruggen permanent droog, geschikt dus voor bewoning. Daarnaast bood het drassige land een overvloed aan (rijs-)hout, eten en zelfs bescherming. Want zo'n duizend jaar geleden waren toch de veiligste plekken de (geheime) schuilplaatsen in de moerassige gebieden, daar waar onbekenden makkelijk verdwaalden. Of nog erger. Zeker in wat latere eeuwen als heel Overijssel veel heeft te duchten van roverij zijn deze schuilplaatsen nuttig, zo niet noodzakelijk.

 

Weggestapel wordt minder belangrijk.

In 1349 wordt de naam van de Weggestapel gespeld als Wecghestapele, gelegen in de marke Holthoen. Waarschijnlijk betrof het een versterkt huis waartoe behalve het 'kasteel' ook een vijftal boerderijen in de nabije omgeving behoorde.

Wat precies de functie is geweest van de Weggestapel staat niet geheel vast. Sommige bronnen herleiden de naam naar een vroeg christelijke gerechtsplaats gelegen tussen religieuze centra's Oldenzaal en Deventer.

Aan de andere kant zou Weggestapel ook kunnen betekenen "uitwijk- of vluchtheuvel in een natte, moerassige omgeving".

Wat betreft "kasteel", dat kunnen we wel met een korreltje zout nemen. In de vroege middeleeuwen werd in deze regio slechts met materialen als hout, stro en leem gebouwd. De betekenis van de dijk nam alleen maar toe toen in de late middeleeuwen het Oversticht en het graafschap Gelre elkaar voortdurend in de haren vlogen. Om het Oversticht te beschermen liet bisschop Jan van Arkel, in samenwerking met de sterke stad Deventer, ten noorden van de Hunnepe kasteel Arkelstein bouwen (rond 1347) en later nog (1378) de Waardenborg in Holten. Dat de Weggestapel toen nog wel een belangrijk goed was blijkt uit het volgende geschrift in de "Croniken van den stichte van Utrecht ende van Hollant":

 

In den jaer ons Heren m ccc lx toech bisscop Jan mit heercracht in Zallant tusschen Wegstapel ende (Batman), daer dede hi opslaen ene borch van houte, die hi namaels van stene maken dede endti hiet Arkelsteyne; die staet in eenre wildernisse om te verhoeden overdaet.

 

De Holterdijk kreeg nu ook een functie als beschermingswal, als onderdeel van de landweer. De landweer is een stelsel van verdedigingswerken bestaande uit wallen en grachten. In feite betaalde Deventer voor bijna het hele project i.p.v de armlastige bisschop. De stad had daar zelf veel baat bij omdat zo de Geldersen ver van haar muren te houden.

 

Er moest ook op gezette tijden onderhoud gepleegd worden aan de landweer. Dit bestond meestal uit het aanleggen en onderhouden van (doorn-)hagen en het begaanbaar houden van lagere delen van de wallen en het open houden van grachten en kanalen. De bewoners van de beschermde gebieden kregen deze plicht op zich.

Vanaf die tijd komen we de Weggestapel niet meer prominent tegen in de analen. Wel wordt steeds duidelijker dat er in de 'Holterdijck' een vrij haakse hoek ligt, maar van de naam Dijkerhoek is nog lang geen sprake.

 

Tijd van oorlog en geweld.

Vanaf de 16e eeuw had de plattelandsbevolking van Oost-Nederland het zeer zwaar te verduren. Zo werd er tijdens de tachtigjarige oorlog alleen de eerste twintig jaar ook in de westelijke gewesten van de Verenigde Republiek gevochten. Daar staan de geschiedenisboekjes vol mee. Maar daarna speelden de krijgshandelingen zich geheel in het zuiden, noorden en zeker in het oosten af. Daar komt nog bij dat geregeld Duitse legers door Gelderland en Overijssel trokken om hun tegenstanders in de daar heersende Dertigjarige Oorlog te ontlopen. Levend van het land waar ze overheen trokken.


(Wordt vervolgd)

 

Gebruikte literatuur.

Barends, FF en Herman Hannink - Over Salland en de Sallanders, Uitg. Waanders, ISBN 90-400-9703-8

Kokhuis, GJI - De Geschiedenis van Salland, Uitg.Witkm-De Bruyn, ISBN 90-6693-040-3

Loonstra, J ea - Nederland dichtbij: Overijssel, Uitg.Readers Digest, ISBN 90-6407-465-8

Beke, Johannes de - Croniken van den stichte van Utrecht ende van Hollant, Uitg. Dr. H. Bruch, ISBN 90-247-9167-7

 



bijgewerkt: 09-04-2007
Copyright 2007, VFC Dijkerhoek - Hillman Software Systems